?>

Hoe richten we onze retail toekomstbestendig in? (deel 1) over de huidige situatie

Consumentengedrag verandert. Ons land vergrijst, e-commerce speelt een steeds grotere rol. Daarbij beleeft de economische crisis inmiddels zijn vijfde jaar. We zien dat het winkellandschap in Nederland niet meer overal aansluit bij de wensen en behoeften van consumenten. Op veel plekken zien we een veel te hoge leegstand. Wat betekent dit voor winkeliers, gemeenten en vastgoed? En hoe kun je de retail in je gemeente meer toekomstbestendig inrichten? De komende weken beantwoord ik deze vragen in een vierluik. Vandaag stap 1: de huidige situatie.

Hoe kun je de retail in de Achterhoek toekomstbestendig inrichten? Deze vraag kregen wij vorig jaar voorgelegd door Atelier Rijksbouwmeester. Samen met Bureau Stedelijke Planning en Merkator brachten wij een onderzoeksrapport uit met een stategievisie voor vitale kernen in de Achterhoek. In deze blogs zal ik af en toe een voorbeeld gebruiken uit deze rapportage. Ook andere gebieden in Nederland komen aan bod. En daarbij kijk ik niet alleen naar de kleine en middelgrote gemeenten, maar ook naar de grote steden. In deze eerste blog ga ik eerst op zoek naar een aantal trends op dit moment.

Een uur in de auto om te shoppen
Wat zijn die huidige trends? Allereerst: mensen winkelen het liefst in grote winkelgebieden waar ze alles kunnen vinden wat ze zoeken. Het winkelend publiek gaat voor het volledige aanbod. Daarom is een compacte stad als Utrecht zo’n geliefde winkelstad: alles is op loopafstand bereikbaar. Mensen zitten liever een uur in de auto op weg naar een groot winkelgebied dan dat ze naar een kleinere plaats gaan met minder aanbod.

Variatie is belangrijk
Dit verklaart waarom bijvoorbeeld Arnhem wel geliefd is en Apeldoorn niet. Arnhem heeft een compact en compleet aanbod. Apeldoorn heeft minder te bieden. We zien dit ook terug in het rapport over vitale kernen in de Achterhoek. Het aanbod is weinig gevarieerd: er is weinig kleding en mode, terwijl een van de kernen wel veel woonwinkels kent. Dat de drie onderzochte kernen niet goed functioneren zie je terug in de relatief hoge leegstand – een belangrijke indicator voor het functioneren van een centrum.

Kosten van ondergeschikt belang
DTZ Zadelhoff maakte op basis van data van Locatus een analyse van de parkeertarieven. Wat blijkt: de 20 meest aantrekkelijke steden hebben de hoogste parkeertarieven. En toch betalen mensen deze tarieven grif. Inderdaad: als het aanbod maar onderscheidend genoeg is, dan heeft het winkelend publiek er de kosten van een lange reis en flinke parkeertarieven voor over.

Funshoppen en runshoppen
Een andere trend die we zien, is dat jongeren hun winkeltrip echt plannen. Ze bereiden hun bezoek aan het winkelgebied goed voor. Sterker nog, ze kiezen hun winkelgebied uit op de aanwezigheid van bepaalde merken. Single brand stores als Gaastra of Mexx worden dan ook steeds populairder. Een mooi voorbeeld is de winkel van Abercrombie & Fitch: jonge meisjes plannen speciaal een dagje Amsterdam om deze kledingzaak te bezoeken. Er is minder sprake van shoppen, spontaan door de stad slenteren op zoek naar zomaar iets. Jongeren weten vaak precies wat ze willen en gaan daarnaar op zoek. Winkelen neemt dan ook niet meer een halve of hele dag in beslag, maar kost slechts een paar uurtjes. Kortom: consumenten maken steeds duidelijker onderscheid tussen ‘funshoppen’ (waarbij rondkijken belangrijker is dan de aankoop) en ‘runshoppen’ (snel en gericht boodschappen doen, bij voorkeur op één locatie).

Wat betekenen deze trends voor de ontwikkelingen in het winkellandschap van de komende 15 jaar? U leest het volgende week.

Niets meer missen?

Wilt  u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van retail?

 

Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief of ons blog.